Geitenjongens

We hebben twee weesjongens in het programma die allebei bij een oude oma wonen. Voordat ze in het programma opgenomen werden, gingen ze elke dag met de geiten op pad om eten voor ze te zoeken. Ze konden nog geen letter lezen hoewel ze toch in standaard 2 zaten. Dat is vergelijkbaar met groep 4 in Nederland. Wat de reden was dat ze van standaard 1 naar 2 zijn overgegaan blijft een grote vraag.

De jongens zijn allebei al 11 jaar. Dan is het wel te begrijpen dat ze er liever met de geiten op uit trekken dan elke dag met letters en cijfertjes bezig te zijn waar je niks van snapt.

Maar regel is regel en ook deze jongens moeten zich daar aan houden.

We hebben hun oma’s en de dorpshoofden al een keer bij ons op het dagcentrum laten komen om ze flink toe te spreken. Het was de laatste waarschuwing. Als ze niet veranderden moesten ze uit het programma.

Met de ene jongen gaat het nu goed. Hij gaat regelmatig naar school. Maar de andere niet.

Ik was vast van plan om hem nu uit het programma te doen. Hoe moeilijk het ook is. Elke keer weer voelt het zo hard. Zeker omdat je weet dat de kans dat hij nog leert lezen en schrijven dan helemaal verkeken is. De jongen zal proberen zijn kostje te verdienen met geiten hoeden of het land bewerken.

Na de bijeenkomst wilde ik ze het formulier laten tekenen dat hij ontslagen is uit het programma.

Eerst kwam het dorpshoofd. Hij vroeg of ik hem toch echt niet nog een tweede kans wilde geven.

Hij zou er voor zorgen dat het vanaf die dag zou veranderen. De jongen zou echt weer naar school gaan.

Maar ik bleef bij mijn besluit. En ging het ontslagformulier alvast invullen.

Toen begon de jongen te huilen. En de oma smeekte me of ik het toch alsjeblieft nog een keer wilde proberen. Ze beloofde dat ze de jongen zelf naar school zou begeleiden.

Ik zag het al voor me. Die oude oma, slecht ter been,  zou elke dag met de jongen naar school gaan.

Even was ik van mijn stuk. Ik twijfelde …. Toch nog een kans geven?

Maar ik zei tegen mezelf: “Nee Bep wees flink, nu moet je doorzetten.”

En ik ging schijnbaar onverstoord door met het invullen van het formulier.

Totdat ook de dominee die naast me zat, begon te pleiten:

“Geef hem nog een laatste kans”

Toen ging ik overstag. Ik weet niet of ik er goed aan gedaan heb.

De ervaring heeft me inmiddels wel geleerd dat deze kinderen vroeg of laat toch afhaken.

Maar de volgende keer gaat hij er echt uit!

Toch blijf je hopen dat hij zal veranderen.

Het is wel fijn dat hij in ieder geval trouw naar het dagcentrum komt. Elke dag mag hij nog luisteren naar het verhaal uit de Bijbel.

Voor de Heere is het niet te wonderlijk om het Woord te zegenen aan zijn hart.